Bosschaerts-Persyn Genealogical Research
Genealogy of surnames Bosschaert(s) Bosscha(a)rt de Bosschaert Persyn Persijn Aerts de Kok Goossens De Greef

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

First Name: 
Last Name: 

[Advanced Search]  [Surnames]

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Bosschaerts - Persyn Genealogical research - Bekende naamgenoten

Bosschaerts - Persyn Genealogical research - Bekende naamgenoten


Interview van en Informatie over Robbert Bosschart

Link to genealogyGenealogie

Robert Bosschart - 25 jaar correspondent bij NOS in Spanje

Robbert BOSSCHART is geboren te Bodegraven, Nederland op 5 augustus 1945, als zoon van Maximiliaan Rudolb Bosschart (tandarts te Bodegraven) en Ernesta de Lang.

Hij woonde in Madrid en was jaren correspondent voor de Nederlandse zender N.O.S. in Spanje en journalist voor Nederlandse kranten in Spanje.

Robbert Bosschart schreef als journalist vele werkjes;
oa.: "Spanje: Paradijs van tegenstellingen", in 1992 uitgegeven bij Schuyt in Haarlem.

Ik vond van Robbert Bosschart enkele 'biografische' artikels die ik hieronder graag weergeef:
Op de webpagina van fanlogradio1journaal.nl vond ik een interessant artikel :
 
De correspondent is een "loner" in een ver land 
               door Brenda Reyne

Afgelopen april nam hij tijdens de correspondentendagen officieel afscheid van de NOS, maar we hadden hem al sinds augustus 2005 niet meer op de buis gezien, behalve een paar incidentele optredens nav de bomaanslagen in London ("op de redactie was zeker gezegd kunnen we dat kruisgesprek niet beter met Robbert doen?'").

Tijd voor een interview met Robbert Bosschart, die 25 jaar onze correspondent voor de NOS in Spanje was.
Niets dan ETA terreur heb je meegemaakt in je leven in Spanje, begin ik het gesprek. Hoe word je daardoor beïnvloed?
“Het zijn intussen al zowat 40 jaar ETA-ellende: in juni en augustus 1968 meldde ik op de radio de eerste twee moorden waarmee de ETA haar afgang naar de hel begon. "El miedo es libre", zeggen we in Spanje: de angst is vrij (in de zin van: dat mag je niemand verwijten). Ik weet er alles vanaf; van mezelf en van vrienden. En ik zal dat niemand, geen enkel land, ooit toewensen. Wanneer blinde haat de vrije loop krijgt, betalen we allemaal de prijs; ik houd mijn hart vast waar de vroegere tolerantie van Nederland tegenwoordig naartoe gaat.”


Glansperiode
Het is zijn zeer persoonlijke visie dat “de Spaanse maatschappij vanaf de jaren zestig (toen dictator Franco zijn schrikbewind iets verzachtte en mensen ook aan iets meer dan alleen overleven konden gaan denken) een glansperiode heeft doorgemaakt zoals nooit eerder in haar historie. En de magneet die deze kracht aandreef was/is Europa. Dit heeft de Spaanse samenleving toleranter gemaakt dan ooit.”
Jammer genoeg heeft hij dat zien veranderen. “Vanaf de tweede conservatieve regeringsrit (2000-2004) is de Spaanse politiek volslagen vergiftigd door de bekrompen mentaliteit van de toenmalige premier Aznar. Dat komt ervan als je een belastinginspecteur omhoog laat vallen tot premier, grappen we hier wel eens.”
Heel erg zwart/wit gesteld vreest hij dat Spanje’s prachtige (democratische) fut van de periode 1965-1995 er weer uit is. ”Zo'n ontwikkeling spoort perfect met de hele voorgaande Spaanse historie, die voornamelijk bestaat uit korte glorierijke spurten en lange tussenperiodes van navelstaren en corruptie.”

Democratie
Of hij pessimistisch geworden is? Ja en nee: optimistisch/bewonderend over het fantastische elan dat Spanje wist op te brengen in de periode 65 - 85; pessimistisch (tijdelijk?) pas later.
Democratie heeft altijd hoog in zijn vaandel gestaan. Eerst was het letterlijk vechten voor democratie, totdat Franco stierf. “En, sinds ik weer in een democratische samenleving woon/werk: meehelpen om enige grenzen te stellen aan een waarschuwing die boven het toneel van de aula van mijn Coornhert Gymnasium in Gouda te lezen was: "De mens is een wolf voor de mens.” (Homo lupus homini).

Boegbeeld
Onlangs werd hij nog door iemand een boegbeeld van de journalistiek genoemd.
Hij noemt het zelf simpel: wat hij geleerd heeft in die 40 jaar journalistiek onder sterk veranderende omstandigheden (van dictatuur naar een nieuwe, tolerante democratie.). “Het komt neer op ‘je gezond verstand gebruiken’; maar je hebt er wel wat vakbekwaamheid voor nodig om dat ook in urgente situaties te blijven doen. Vroeger was ik sneller met mijn oordelen dan nu. Ik herinner me rond 1980, toen ik hyperkritisch was over de langzame vooruitgang naar de democratie, een telefoontje van mijn toenmalige chef buitenland: 'Robbert, Adolfo Suarez is niet de slechtste premier die er ooit heeft bestaan'. Hij had gelijk.
Nu weet ik dat je, door de tijdsbeperkingen die ons beroep oplegt, praktisch nooit over de volledige informatie beschikt die je zou moeten/willen hebben, voordat je aan het publiek iets probeert uit te leggen. Wat je leert is scherper naar informatiebronnen te kijken (wat vertelt wie je, en vooral waarom?). Heel nuttig in het huidige cyber-leven dat ons overspoelt met informatie waarvan de waarde vaak moeilijk valt in te schatten.”

“Macho” Spanje
Robert Bosschart blikt terugEn zonder dat ik erom vraag (grappig dat ik dat niet deed ) voegt hij eraan toe dat hij “van huis uit” een boodschap van afkeer van het bekrompen "macho" Spanje heeft meegekregen.

“Dat is intussen wel verzacht, maar premier Zapatero moet er vandaag de dag nog tegen vechten met wetten (positieve discriminatie voor de vrouw).” Overal heeft hij geprobeerd discussie uit te lokken over mannen- en vrouwenposities. “Een detail dat weinigen zullen hebben opgemerkt: 25 jaar lang heb ik in mijn reportages voor het NOS-Journaal, als de omstandigheden me het minimaal toestonden, met opzet Spaanse vrouwen voor de camera gehaald als woordvoerders van hun maatschappij. Zelfs in de politiek waar dat, zeker in het begin, gelijkstond aan naald-in-hooiberg zoeken. Ik herinner me bovenal film-regisseuse Pilar Miró. Ze was fantastisch leerzaam.”

Leven na de NOS
Robert Bosschart blikt terug - Leven na de NOS Vanaf 1999 was er sprake van dat standplaats Madrid gesloten zou worden “Ik zag er eerst zwaar tegenop. Ik kon me niet voorstellen dat er nog "leven na de NOS" zou zijn. Achteraf bezien bleek dit zo'n Cruyff-voorbeeld van "ellek nadeel hep se voordeel", want het gevolg was dat ik veel meer tijd heb gehad om me op dit "nieuwe leven" voor te bereiden dan gewoon is.”
Hij ging zich omscholen tot gespecialiseerde simultaanvertaler voor tv-evenementen (EU-toppen, de afscheidsspeech van Blair e.d.) en dat levert hem veel leven in de brouwerij op bij de Spaanstalige CNN in Madrid. “In het jaar vóór mijn "ommezwaai" begon ik bovendien een roman te schrijven. In 2005 had ik geen tijd meer om me zorgen te maken over die ommezwaai, omdat ik opeens een (heel succesvol afgelopen) behandeling voor prostaatkanker moest ondergaan.”

Fascinerende relatie
Natuurlijk kan ik het niet nalaten te vragen waar de roman over gaat. ”Het begon als een historische roman met een frisse kijk op Alexander de Grote, al sinds mijn schooltijd mijn meest geliefde held. De fascinerende moeder-zoonrelatie die hij had met de koningin-moeder van de verslagen Perzische dynastie (dit is een historisch feit), levert het opstapje naar het thema van de rol van de vrouw in het openbare leven destijds; een breder perspectief, dankzij de goede raad en hulp van een uitzonderlijke vriendin. “Wij kunnen leren, zoals Alexander, dat het verschil tussen Oost en West, en tussen man en vrouw, ons leven niet hoeft te verschralen", staat er ergens in.”

Thuis in Spanje
Over het commentaar dat hij een echte Spanjaard zou zijn geworden, moet hij lachen.
“Ja, grappig is dat. Wij correspondenten onder elkaar hebben er ook vaak over gegrinnikt hoe Frans Philip Freriks niet was geworden etcetera. Het land waar je zit dóet je iets. OK, rond een Spaanse borreltafel kan ik voor een Spanjaard doorgaan; maar in mijn achterhoofd blijf ik toch een kouwe Hollandse kaaskop en laat ik me niet zo door mijn eigen (of andermans) woorden meeslepen als mijn Spaanse vrienden.”
En dan roemt Robbert de enorme vrijgevigheid die hij altijd is tegengekomen en die hem met
dankbaarheid vervult. “Niet alleen die van mijn Spaanse vriend(inn)en - legendarisch is: een "amigo" is goud waard - maar ook van volslagen onbekenden.” En, laat hij erop volgen: “Spanje heeft mijn capaciteit voor improvisatie (Spanje's andere grote talent, naast Fiestas bouwen) opgetrokken.” De rijke historie en taal blijven hem fascineren. “Ik heb mijn ziel nu eenmaal al lang geleden vergooid aan oud steen, liefst overgoten met eeuwen van tranen van geluk en ellende; en daarvan is er hier ontiegelijk veel.”

Robert Bosschart blikt terug - Afscheid - Robbert met zijn kleinzoon MarcosAfscheid
Formeel is hij dus nu overgestapt van de categorie "correspondent" naar "achtervanger": de redactie kan beroep op hem doen om eventuele gaatjes te vullen. Hij heeft ontzettend genoten van het afscheidsfeest (“het was een heerlijk toetje”) dat redactie en correspondenten hem gegeven hebben. “Al die oude vriend(inn)en van de thuisbasis weer te treffen. De correspondent is een "loner" in een ver land, per slot van rekening.” Maar achteraf voelde het natuurlijk wel een beetje wee in de knieën…..
En Nederland?

“Het liefst kijk ik er naar door de ogen van mijn kleinzoon Marcos, die er vooral het moois van af kijkt; en natuurlijk bleef mijn hart in Nederland.”


Bron: fanlogradio1journaal.nl


Op de webpagina van NOS.nl heeft Robbert zelf een pagina geschreven over zijn carrière als correspondent:

  Robbert Bosschart blikt terug
Door Robbert Bosschart, correspondent van de NOS in Madrid

Nu kan ik er smakelijk om lachen, dit fraaie filmpje dat collega en vriend Marc Bessems heeft samengesteld uit stand-uppers en bloopers van mijn 25 jaar NOS-Journaal. Maar destijds was het allemaal bloedserieus en fors bewerkelijk.

Vanaf het wegrennen voor de politieke politie van de Franco-dictatuur, tot aan het ademloos binnenrennen bij een feedpoint, 30 jaar later, om op het nippertje nog een item over een terreuraanslag door te geven. 
En daar tussenin onderwerpen met schattige dieren voor het Jeugdjournaal, die net zo goed veel voeten in aarde hadden en op tijd afgeleverd moesten worden. 

Al die jaren beaamde ik het motto 'wij journalisten zijn geen nieuws': het ging om de verhalen, niet om onze belevenissen op het scherm te krijgen. Maar ik herinner me ze allemaal en mag ze nu wel opbiechten. 

Zwarte lijst
Het telefoontje van Franco's censuurdienst dat ik m'n koffer kon pakken "omdat u nu over de grens wordt gezet". De avond van de militaire staatsgreep, toen ik de auto voltankte om zonodig mijn gezin over de grens te brengen. De waarschuwingen dat m'n naam links en rechts – letterlijk - voorkwam op zwarte lijsten (mijn certificaat van onpartijdigheid, denk ik dan maar). 

De aangekondigde bomontploffing, toen ik met onze reportagewagen door kwade agenten werd weggejaagd van een plek waar vijf minuten later de ETA-bom afging. 

Het krakkemikkige bruggetje naar een overstroomde camping, waar ik als eerste buitenlandse reporter achter een ambulance overheen reed, en dat prompt instortte. 

Blubber
De olieblubber van een milieuramp waarin ik, tot de enkels van m'n kaplaarzen weggezakt, zo lang op de verbinding met Hilversum stond te wachten, dat ik na het kruisgesprek met het Journaal half bedwelmd door de petroleumwaas weggedragen werd. 

En mijn verslagen telefoontje naar hoofdredacteur Hans Laroes toen ik op de avond van Spanje's bloedigste 'jihad'-aanslag inzag dat ik me om de tuin had laten leiden door propagandaleugens over een ETA-actie. 

Maar ook: het boze nijlpaard dat z'n ongelooflijke snelle stormloop op een dierarts omboog en op onze cameraploeg begon te mikken. En de 15 keer (wegens mijn versprekingen) herhaalde standupper onder de bloedhete middagzon in een Zuid-Spaanse woestijn. 

Dalí

Tja, ik heb wat afgezien in 40 jaar Spanje-verslaggeving. Vanaf 1982 bij het Journaal, voordien vooral bij radio en kranten. 

Ik herinner me hilarische gesprekken met Johan Cruyff, Salvador Dalí en Yasser Arafat, respectievelijk omdat ik niks van voetbal begreep; omdat Dalí niks begrijpelijks wenste te vertellen; en omdat Arafat begrijpelijk meer wilde vertellen dan er tijd beschikbaar was op de persconferentie die we voor hem organiseerden. 

Ik ga er nog wel 'ns een boek over schrijven, wanneer de historische roman klaar is waaraan ik ben begonnen om af te kicken van een beroepsleven van haastjournalistiek. 

Overigens, dankzij de redactie in Hilversum loopt het met die ijl-reportages meestal goed af. Want het Journaal blijft de kijkers aanbieden wat ik op m'n afscheidsavond bij de NOS samenvatte als onze bestaansreden: "Kijk, mensen, dit is belangrijk".


Bron: www.nos.nl 2 mei 2007

Robbert Bosschart's boek  “Spanje ; paradijs van tegenstellingen” ; 1992, Haarlem, uitg. Schuyt & Co, 192 blz., ISBN 90-6097-317
Robbert Bosschart's boek
Spanje ; paradijs van tegenstellingen

1992, Haarlem, uitg. Schuyt & Co, 192 blz., ISBN 90-6097-317.

De auteur en journalist, Robbert Bosschart, heeft zijn boek de treffende ondertitel 'Paradijs van tegenstellingen' gekregen: Franco, de dictator tegenover Carlos, de democraat, het rijke noorden tegenover het arme zuiden etc.

Bosschart schrijft in een prettige stijl en met liefde over het land waar hij al 25 jaar woont en werkt, maar heeft ook kritiek.
In 66 artikelen komen aan bod: de Spaanse geschiedenis, in het bijzonder de relatie met Nederland; de Spaanse politiek, waaronder de onafhankelijkheidsdrang van sommige regio's; de relatie van Spanje met haar buurlanden; Spaanse (eigen)aardigheden, zoals het stierengevecht, de goklust en het flaneren; de kunsten, waaronder de opera, de schatten van het Prado en de Spaanse kunstenaars.
Achterin bevindt zich een chronologisch overzicht van 100 jaar Spaanse politiek.



Tenslotte nog een krantenartikel van Jan Mulder naar aanleding van het verschijnen van Robbert's boek:

 

Over naar Madrid



Naar aanleiding van een boekje dat hij had geschreven, was de correspondent van het NOS-Journaal in Spanje onlangs te gast in een Belgische talkshow. Zijn naam is Robbert Bosschart en hij was magistraal als altijd. Zelfs in zijn vrije tijd boet het optreden niets aan waardigheid in. Robbert Bosschart heeft betere stropdassen dan de edelste Spanjaard, hij spreekt het regeerakkoord mooier uit dan Suárez,
men vermoedt dat de Spaanse koning van alle correspondenten het liefst die van het NOS Journaal uitnodigt voor een exclusief interview op het paleis. Het is te danken aan de taal. Aan die raadselachtig mooie toon, aan die volledig uit clichés bestaande zinnen die je als vertrouwde muziek in de oren klinken en tevens niets duidelijk maken. Hetgeen de bedoeling is: we hebben het hier niet meer over vakmanschap, dit is kunst. De kunst van het brengen van het nieuws uit verre landen. Je hoort het ook uit Israël en Moskou, maar Madrid schenkt ons het hoogste op dit gebied.
Als jongetje droomde Robbert dat hij correspondent in Madrid zou worden. Hij oefende op zijn kamertje. Hij versloeg op achtjarige leeftijd de dood van de toreador, de terugkeer van de Guernica, de brand van Burgos, de Spaanse droogte en de Spaanse stakingen en was vorige week natuurlijk ook in Sevilla, bij de wereldtentoonstelling. Want het wonder gebeurde: het jongetje wèrd correspondent in Spanje.
Hij spreekt nog altijd als in die eerste dagen, op zijn kamertje. Zijn bijdragen bezitten zo'n subliem gehalte aan Spaanse waardigheid, dat je altijd even de tevredenheid van zijn leermeester, drs. Grapperhaus van de Correspondenten-school in Loenen aan de Vecht, in gedachten voor je ziet, wanneer je, in innige bewondering verbonden met Joop van Zijl, aan zijn lippen hangt. Ik sla geen beurt over.
Jan Mulder (Bellingwolde, 1945) begon zijn carrière als topvoetballer. Hij speelde onder meer bij Ajax en Anderlecht. Vanaf 1975, na zijn sportieve carrière is hij zich gaan richten op de journalistiek. Hij is gaan schrijven voor een groot aantal kranten en tijdschriften. Daarnaast schrijft hij columns, korte verhalen, ultrakorte verhalen en reportages, o.a. in de Volkskrant, Elsevier en Humo. Een selectie van de columns is verschenen in de bundel Diva in Winschoten. In de bundel bedient hij zich regelmatig van het ‘portretgenre’. Meer info op www.janmulder.nl
Jan Mulder,
Nederl. ex-voetballer, columnist, schrijver en televisiepersoonlijkheid

Vorige week.
De Guernica moest op transport en misschien opgerold worden. Een banderillero vond een even spectaculaire als gruwelijke dood in de arena. Spaanse garnalenvissers overtraden massaal de wet. Als je naar Mart Smeets luisterde, gebeurden er in de Ronde van Spanje ongelooflijke dingen. Je zat met stijgende verbazing voor de televisie wanneer Mart in Hilversum over het fietsen in Spanje sprak, maar Robbert Bosschart naar het gebied sturen vond de NOS dan blijkbaar weer overdreven.
Waar was de correspondent? Was hij misschien in Sevilla, bij de opening van de wereldtentoonstelling?
Toen overleed Mariene Dietrich, hèt televisie-item van de week. Zelden was er nieuws dat zo geknipt was voor de correspondent in Spanje. Zelden heb ik zo verlangd naar een verslag uit Madrid.

Wij kunnen in onze stad achttien zenders ontvangen. Ik vloog heen en weer en ik zag Marlene Dietrich. Als je handig en efficiënt schakelde, kon je de oude leraar zeven keer achter elkaar naar haar jarretels zien kijken.
Benen, benen van Marlene Dietrich.
Liedjes, liedjes van Marlene Dietrich. Zinnen en beeldclichés, te mooi om waar te zijn.
Op Duitsland 3, België, CNN, Superchannel en de BBC: de benen, de liedjes, de zinnen.
Bosschart kwam niet. Ik hoorde me op een gegeven moment zelf praten.

`Ook in Spanje is de dood van Marlene Dietrich niet ongemerkt gebleven. Meteen nadat bekend geworden was dat de mooiste oma ter wereld in de Franse hoofdstad Parijs op negentigjarige leeftijd was gestorven, verzamelden zich kleine groepjes mensen voor de Duitse ambassade in Madrid. De Spaanse televisie opende het nieuws zojuist met het beroemde lied Lili Marleen, een nummer dat la Dietrich volgens doorgaans goed ingelichte kringen ook in Spanje wereldberoemd maakte.
`Het geweld greep vervolgens als een olievlek om zich heen. De berichtgeving breidde zich uit naar diverse lokale televisiestations en de eerste Mariene Dietrich-films werden om kwart over acht gestart in het zuidelijke Granada. In San Sebastian barstte een Mariene Dietrich-week los, nog voordat de Spaanse regering een officiële goedkeuring aan deze, ook in Spanje geliefde vrouw, kon hechten. Ook in Pamplona...'
`Robbert ...' (Van Zijl in de studio).
`Ja, Joop?'
`Het straatbeeld van Madrid na de dood van Mariene Dietrich eh ... kun je daar nog iets over zeggen?'
`Het-leven-in-de-Spaanse-hoofdstad-is, op een enkel oponthoud na, gewoon-zijn-gang-gegaan. Toen de Spaanse televisie de dood van Mariene Dietrich bekend had gemaakt met de vertoning van enkele beroemde fragmenten uit haar films, was de brug naar de uitvalsweg naar Toledo weliswaar voor enkele minuten verstopt, noemenswaardige incidenten deden zich echter niet voor.' 


Enkele hyperlinks:

Robbert Bosschart blikt terug op www.nos.nl
Artikel - De correspondent is een "loner" in een ver land op www.fanlogradio1journaal.nl

 

Return to Index of known persons
© Rudi Bosschaerts, 2007
Top of pageGo back