Bosschaerts - Persyn Genealogical Research
Genealogy of surnames Bosschaert(s) Bosscha(a)rt de Bosschaert Persyn Persijn Aerts de Kok Goossens De Greef

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

First Name: 
Last Name: 

[Advanced Search]  [Surnames]

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Bosschaerts - Persyn Genealogical research - Geschiedenis

Bosschaerts - Persyn Genealogical research - Geschiedenis


Heren van Boom : familie Bosschart

Link to genealogyGenealogie van Georges Bosschart

Schepenzegel van Boom anno 1665: centraal het beeld van O.L.Vrouw van Boom; omgeven door andere schilden: een rode toren met een zwarte adelaar met twee wieken er boven (zoals op het wapenschild van Georges Bosschart). Het andere wapenschild is vermoedelijk van Despomeraulx

Georges of Joris BOSSCHART is de eerste Heer van Boom, in 1665.
Hij bouwt zich een fraai kasteel, dat voltrokken werd in 1671,
en de naam kreeg : 's Heerenhof.

Hij is geboren te Grabow in Duitsland rond 1625, als zoon van Dirk Bosschaert ;
en overleden te Boom op 11 nov. 1678.

wapenschild Bosschart - Antwerpen, dat door Georges Bosschart werd gevoerd en is eveneens op het oude schepenzegel van Boom aanwezig.
wapen Georges Bosschaert
Na Joris' overlijden in 1678, wordt zijn zoon Willem Boschart de eigenaar.
Als Willem sterft in 1719 werd zijn eigendom verdeeld over zijn kinderen; 's Heerenhof als de eigendom van Michiel Boschart, terwijl Jakob Bosschart de Heerlijkheid voor aandeel ontving.
Nadien is het 's Heerenhof niet meer in 't bezit van de Heeren van Boom.
Meer info over Georges Bosschart (1625-1678) - Heer van BOOM, kan je vinden op een andere pagina - hier klikken
 
Hieronder een hoofdstuk uit het standaardwerk "Boom in het Verleden" van Emilius Steenackers i.v.m. de Heren van Boom.


De Heren van Boom



Tot op het einde der XIIIe eeuw, was Boom, samen met Rumpst, Heindonk, Willebroek en Ruisbroek, onder de groote bezittingen der Heeren van Grimbergen begrepen. Deze uitgestrekte goederen zijn, te dien tijde, op Alice van Grimbergen, echtgenoote van Godfried van Leuven, Heer van Perwijs, overgegaan.
Godfried overleed in het jaar 1257. Zijne goederen gingen tot zijne dochter, Maria van Perwijs, over, en kwamen door dezer echtgenoot, Filips van Vianden, in het bezit van het huis van Vianden.
Na Filips' dood werden de erfgoederen van Geeraard van Grimbergen tusschen zijne afstammelingen verdeeld.

Het Land van Rumpst, bevattende Rumpst, Boom, Heindonk, Willebroek en Ruisbroek, werd van het Land van Grimbergen afgescheiden in 1290.
De jongste zoon van den graaf van Vianden, Filips II van Vianden, ontving voor zijn deel het zoogevormde Land van Rumpst. Hij komt vóór in het Latijnsboek (1) (anno 1312) met de Heerlijkheden van Hoboken en Eekeren,
Met Filips II van Vianden begint de lijst der Heeren van het Land van Rumpst, waarin Boom begrepen blijft tot in het jaar 1663, wanneer Joris Boschart een deel van Land van Rumpst, dat de Heerlijkheid van Boom werd, aankocht.


Wij beginnen met de lijst der Heeren van de Heerlijkheid van Boom; hunne geschiedenis is nauw met die der gemeente in betrek.

Joris Boschart (2) (1663 – 1678)
Hij trad in den echt met Anna Maria Despommeraulx (3), dochter van Willem Despommeraulx, welke, in 1665, burgemeester was van Antwerpen. Uit dit huwelijk sproten tien kinderen.

Het testament van Joris Boschart en zijne gemalin dagteekent van den 13 Juni 1668 (4); betreffende de heerlijkheid zegt het: ”Item noch soo laeten en maecken me mits desen voor allen uyt sonderlicke redens ons daertoe moverende aen onsen oudsten soen Guillielmus die heerlickheyt van Boom”.
Joris Boschart overleed den 11 November 1678; zijne echtgenoote, den 19 October 1679.

Willem Boschart (1678 – 1719)

Deze Heer van Boom deed de verheffing van zijne heerlijkheid vóór het leenhof van Brabant, den 4 Juli 1680.(5)
Hij verhief ze insgelijks vóór het leenhof van Grimbergen, den 18 Juli 1687 : de vroegere Heeren van Rumpst hadden dit altijd gepleegd, daar de heerlijkheid deel gemaakt had van de bezittingen van het huis van Grimbergen

Het verhef vóór het hof van Grimbergen luidde als volgt :

“Den Heere Guillielmus Boschaert als sterfman met Mr Marcus Desmanné sijnen besetman hout te leene in twee volle leenen van syne Majesteyt van Groot-Brittaignien de Heerelyckheyt van Boom geleghen op de Reviere van den Rupel, comende ter eenre de Heerelyckheyt van Niel, ter tweedere de Heereleyckheyt van Reet, ter derdere de Heerelyckheyt ter Haeght oft Rumpst, ter vierdere langs de Riviere genoempt den Rupel, bestaende in hooghe, middele ende leeghe jurisdictie met macht van te stellen schouteth, Drossaerdt, ende stadthoudere, schepenen, secretaris, meyer ende preters, ende andere noodighe officieren, 't recht van amenden, confiscatien, plantasien ende andere diergelijcke gerechtigheden aen hooghe, middele ende leeghe jurisdictie ordinairelyck competerende, met het recht van diversche cheynsen van leenen ende andere gerechtigheden, Item het recht van te trecken pontpenninghen over de veralieneerde cheyns ende allodiael goederen, Item de hellicht van het veer beneffens den Heere baron van Willebroeck, te weten van t' respectief Boom op Willebroeck ende reciprokelijck van Willebroeck op Boom, Item het recht van jaeghen, successie van bastaerden, confiscatien van doode handt, Item verscheyde Ceuren uytgaende op verscheyde goederen, ende generaelyck alle andere heerelycke gerechtigheden, hooghe middele ende leeghe jurisdictie competerende, mitsgaeders het recht van te stellen coster, kerck ende armmeesters ende meer andere preeminentien in de voorgaande denombrementen breeder bevat lest verheven op den ouden boeck folio primo den achthiensten July 1687.
Item houde noch met de voorschreve heerlyckheyt van Boom te leene als vorens omtrent acht bunderen soo bosch als lant gelegen in de voorse heerlyckheyt van Boom gemeynelyck genoempt de Steylbosschen, commende ter eenre aen Gysbrecht van Buschlant, ten tweeden aen de Helshaeghe, ter derdere aen de eycke cloosters ende ter vierdere aen de hut. “

Van zijne echtgenoote Maria Catharina Bouton, won Willem drij kinderen : Jakob, Peeter en Michiel.
M
ichiel nam als gemalin Maria Joanna Theresia de Camorra.

In den loop der maand April 1717, werd uit oorzaak van ziekte, Willem Boschart, door zijnen zoon Michiel in het bestier der goederen vervangen. Deze afveerdiging werd in December ingetrokken : Volgens «rapport gedaen in den raede, t' Hoff ordonneert den gedaeghde (Michiel Boschart) binnen de drye weken reeckeninghe te doen over syne administratie ten processe vermeit en verclaert tot dien dat mits de reconvalescentie des Impetrants (S. Guill. Boschart) de curatele & commissie aen gede gegeven bij d'acte van 27 April van den Jaere en d'octroy bij hem gedaeghde op den 25 8ber lestleden becomen, comen te cesseren (6). »
Willem Boschart zag zijnen sterfdag den 30 September 1719.

De oudste zoon Jakob Boschart leed "aan krankzinnigheid" en werd onder de voogdij geplaatst van zijnen broeder Michiel en tevens van eenen advokaat van Brussel, den heer J. De Swert, door den Raad van Brabant aangeduid, op 20 Juni 1718 (7). Dezen Jakob Boschart ontmoeten wij doorgaans in de wettelijke akten onder de benaming van «den imbecillen». Van het jaar 1727 tot 11 Februari 1733 oefende Michiel alleen de voogdij uit over zijnen broeder (8).

Na de dood van Willem Boschart werden zijne goederen tusschen zijne kinderen verdeeld « bij sekere transactie partagair » gesloten, den 7 September 1720, voor den notaris Georgius Gabriel van Oost, van Brussel, tusschen Michiel Boschart, Petrus Boschart en den advocaat De Swert « in qualiteyt van Curateur over Joncker Jacobus Bosschaert. » (9).
Krachtens deze overeenkomst bekwam Jakob Boschart de heerlijkheid; bovendien bevielen hem nog andere bezittingen (10).

Michiel Boschart ontving van zijnen kant den eigendom van het kasteel van Boom, 's Heerenhof en menige in de kuip van het dorp liggende goederen.
Door deze verdeeling werd dus de eigendom der heerlijkheid van den eigendom van 's Heerenhof afgescheiden; de volgende heeren van Boom verbleven derhalve nimmermeer op het kasteel. .
De eerstkomende Heer is dus :

Jakob Boschart (1720 – 1743)
Na de dood van Michiel (7 Maart 1733) bleef de advokaat De Swert alleen, de voogdij over Jakob behouden. Deze overleed den 21 December 1743, zonder eenig testament achter te laten.
Een deel zijner goederen verstierven op de twee zonen van Maria Helena Boschart en Frans Lopez de Gradin; de oudste der twee erfde de heerlijkheid (11).

Lodewijk Frans Lopez de Gradin (1743—1750)
In het jaar 1749 op 15 Juli, huwde hij te Mechelen Barbara Isabella Cecilia Pian.
Den 23 Meert 1750 maakte hij zijn testament en twee dagen nadien overleed hij (12).
De heerlijkheid van Boom verstierf op zijnen broeder, Frans Jozef. De andere goederen werden ten deele door denzelfde geërfd (13).


Voetnoten:
(1)



Latijnsboek fol. 91 v°. Door de onvoorziene dood' van hertog Jan II (27 October 1312), stond zijn twaalfjarige zoon aan het hoofd zijner nalatenschap. Willem van Cassel, schrijver des hertogs, maakte de lijst der leenen en leenmannen op. Deze lijst, die het Latijnsboek genaamd wordt, behelst de leenhouders van 1312 tot 1350.

(2)



Rijksarchieven - Leenhof van Brabant. - Proces nr. 2537. Voor den naam Boschart volgen wij de schrijfwijze van het handteeken van Willem Boschart op eenen brief van 23 Juli 1696 geschreven naar «Monsieur Van der Moesen in de refugie van Ste Bernaerts Brusselen» waaronder eigenhandig geteekend staat : Guil. BOSCHART, heere van Boom. (Gemeentearchief van Boom, bundel 16.)
(3) Gemeentearchief van Boom - Reg. 133. Rolle van den heerelijcken Laethove van Immerseele te Boom, n. 37.
(4) Zie dit testament bij H. Sel. Proeve van historische mengelingen over 't Land van Rumpst en in het bijzonder over de Heerlijkheid van Boom, blz. 171.
(5) Rijksarchieven - Leenhof van Brabant - Proces nr. 2731. « Extract uyt den particulieren Leenboek des landts van Grimberghen, foliis 1°, 2° en 3°. »
(6) Gemeentearchief van Boom - Bundel 16.
(7) Rijksarchieven - Fonds de Spoelberg. Reg. 1.
(8) Rijksarchieven - Fonds de Spoelberg. Reg. 4.                Zie den staat van rekeningen zijner voogdij
(9) Gemeentearchief van Boom - Reg. nr. 139 fol. 87 v°.
(10) Gemeentearchief van Boom - Reg. nr. 135 fol. 140.
(11)


Gemeentearchief van Boom - Reg. nr. 135. fol. 140 « welcke… op de voornoemde twee Jonckers waeren verstorven ofte gesuccedeert ab intestato uyt den hoofde van wylen den imbecillen Joncker Jacobus Bosschaert, te vorens oock heere van Boom. »
(12) Gemeentearchief van Boom - Bundel nr. 16, en Reg. 138 f. 220 en 223.
(13) Gemeentearchief van Boom - Reg. 138 fol. 199.

Kasteel van Vorselaar - deurklopper wapenschild Bosschaert

Originele kopergravure uit Adelyke Lusthoven in het Hertogdom Braband, uitgegeven in 1706. Afmeting gravure 21 x 12 cm..

Toelichting: Boom is een Vlek en een Heerlykheid, geleegen in de Meyery van Turnhout, aan de rechter zyde van de Rivier de Ruple, door George Boschart, op den 31, Augusti van de Marquis van St. Martin, uyt de Kuyze van de la Baulme verkregen, die daar een Lust-huys deed stichten.


Frans Jozef Lopez de Gradin (1751)
Hij deed het verhef zijner heerlijkheid in het begin van 1751.
Hij bleef niet lang Heer van Boom ; enkele dagen later (14) kocht Frans Regaus, voor eene som van 25.000 gulden (15) , « ter Vrydaeghsmerckt der staet Antwerpen als hoogsten ende lesten verdierder (16) ».

De weduwe van Lodewijk Frans Lopez de Gradin verkocht insgelijks menige der goederen, voortkomende van haren echtgenoot. Den 17 Januari 1752 verkoopt zij een stuk land, vroeger geheeten het heycorenvelt, maar op dit oogenblik de peertsheyde genaamd (17). Deze eigendom was sedert 1720 belast met eene hypotheek van 1500 guldens wisselgeld ten voordeele van Joannes Roche­fort en Maria Albertina Van der Moeren, inwoners van Brussel. Denzelfden dag verkoopt zij een bosch, genaamd de klein schomme, in 1698 met 1000 guldens bezet ten voor­deele van den heer P. J. de Colins, van Brussel (18), een bosch voordien geheeten het steylveken, thans de hut, belast met het vorige (19), en den 26 Januari, een bosch geheeten de dreefplek (20).

Frans Regaus (1752-1758)
Hij was in den echt vereenigd met Isabella Catharina van Montenaken. De nieuwe Heer van Boom deed de verheffing zijner heerlijkheid, den 23 Februari 1752 (21), vóor het leenhof van Brabant, doch hij weigerde ze ins­gelijks vóor het hof van Grimbergen te verheffen ; het geschil werd vóor het Leenhof van Brabant gebracht en was nog niet vereffend bij de dood van Frans Regaus (22). Slechts op 13 December 1760 werd uitspraak gedaan in deze zaak tusschen de weduwe van Frans Regaus en den heer de Turck, stadhouder van Grimbergen : «T'Hoff ten behoorelycke maenisse voegende de requeste civiel der suppliante ende resumente (d.i. Weduwe van Frans Regaus) ten debatte, afslaende de exceptie van wegens den gedaegden ende resument (d.i. den stadhouder van Grimbergen) geproponeert by schrifture van advertentie gedient ten verbale van den thienden Meert seventhien hondert vijf en vijftigti ordonneert aen den selven te nemen pertinente conclusie tot fonderinghe van het be­schrijf breeder ten processe vermeldt, om partije daer op gehoort, gedisponeert te worden naer behooren, condem­neert den gedaegden ende resument in de costen van den voorschreven debatte. » (23)

In 1752 stelde hij als rechtsgeleerde in deze heerlijkheid aan, den advokaat de Valeriola :
« Wij, Franciscus Regaus, Heere der Parochie ende Heerelyck­heydt van Boom, verclaeren te hebben aengestelt ende gecommitteert gelyck wij aenstellen ende committeren bij desen, den heere Advocaet Julius Theresia M. de Valeriola, voor onsen schepenen Rechtsgeleerden van onse voorschreve Parochie ende Heerelyckheydt van Boom, om by den selven te adviseren in alle saeCleen voor onze weth aldaer ventilerende, ende voorder te doen alle hetgene aen eenen schepenen Rechtsgeleerden toebehoort ende competeert te doen, mits doende den Eedt daertoe staende, gegeven binnen Brussel onder ons cachet desen vyfthienden Juny seventhien hondert twee en vyftig.
Franciscus Regaus de Boom.
Et praestitit juramentum hac 11e Septembris 1752.  »
(24)

In 1757 werd Peeter Herman Claessens in dezelfde hoedanigheid aangesteld :
« Den ondergeschreven Heere van Boom constitueert mits desen d'heer Petrus Hermanus Claessens Schoutcth van Niel, voor procureur in de voorschreve heerelyckheydt van Boom soo in civile als andere saecken die in de voorschreve heerelyckheydt van Boom sullen comen voor te vallen ordonnerende aen de weth van aldaer van hem voor sulcx te erkennen ende accepteren mits doende den behoore­lycken eedt daertoe staende.
Actum Brussel vyff en twintigh Januari duysent seven hondert seven en vyftigh. Franciscus Regaus. »
( 25)

Frans Regaus overleed den 29 April 1758; zoo getuigen de doodboeken van de kerk van St. Géry te Brussel. Hij werd, in deze stad, in de Miniemen begraven.
Zijne weduwe volgde hem op in de heerlijkheid. Zij verbleef te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. Bij hare dood ging de heerlijkheid van Boom over op hare dochter,

Anna-Catharina Regaus
Deze was te Boom geboren; zij had nog vier zusters.
Anna-Catharina Regaus, vrouw van Boom, trad in het huwelijk met baron Jakob-Hendrik Aerts, baljuw van Gaesbeek, en zoon van den heer Aerts, Heer van het Laathof van Immerseel.

Dit huwelijk geschiedde in de kerk van S. Géry te Brussel, den 28 Augustus 1775. De getuigen waren haar vader, Joannes Aerts, Heer van Opdorp en Thomas de Neufforge, haar schoonbroeder.
Eene maand na het huwelijk gaf de heer Aerts zijnen welkom aan het oude gild van Sint Sebastiaan. De wel­kom bestond in « drij tonnen lovens bier met den cost, waervan de guldebroeders seer content allemael waeren. » 29 September 1775.
Aangaande het jaar der dood van Anna-Catharina Regaus, zijn wij niet vast zeker. In eene akte van 5 Oc­tober 1775, lezen wij 't volgende : « Conditiën ende voorwaerden aghtervolgens welke men voor wethouderen der parochie ende heerelyckheyt van Boom naer voor­gaende pleckbillet daer over op Sondag lestleden gepubliceert ten verzoecke der gelizeyne erfgenaeme van wijlen vrouwe A. C. Regaus de Boom wettelyck ende publi­quelyck sal vercoopen de naervolgende meubiliaire effekten... » (26)
Volgens dit gezegde, zou de dood van Mevrouw Regaus kort op het huwelijk gevolgd zijn.
In de doodboeken nochtans van de Kapellekerk te Brussel, leest men de dood aangeteekend op 10 Meert 1781 : Regaus (Anna-Cath.) de Boom, ép. D. Aerts (Jacques) écuyer. Ent. à Boom.
Na het afsterven zijner echtgenoote, is Jakob Aerts, welke nu den naam droeg van Aerts de Boom, in tweede huwelijk getreden met Elisabeth Van Bommel. In eene akte van 1787 lezen wij : Op heden 18 Xber 1787 voor mij onderges. notaris... compareerde... den Edelen Heere Jakobus Aerts, heere deser Heerelyckheydt van Boom, in huwelyck hebbende vrouwe Elisabeth van Bommel, presentelyck binnen dese parochie. » (27)

Jakob Aerts bleef Heer van Boom tot aan de Fransche Omwenteling, wanneer de heerlijkheid, met alle andere voorrechten, verdween.


De Heerlijkheid van Boom

De naam van heerlijkheid komt afzonderlijk voor Boom vóor, bereids eer dat Boom van Rumpst afge­scheiden was.
In de akte van verkooping van Rumpst door Wil­lem van Nassauwen aan Melchior Schets, in 1559, feest men : « de Vrijheit ende heerlicheiden vander prochien ende dorpen van Rumpst met Heyndonck, Boom ende alsulcken. » (28)

In goedenisbrieven van 16 Februari en 15 Mei 1635 leest men :
« Wij... erflaeten ons liefbemint sheeren Engelbert van Immerselle, borchgraeve van Aelst & binnen synen laet­hoff en heerl. bedryffne binnen de HEERLYCKHEYT VAN BOOM. » (29).
Sedert 1645 komt de benaming van heerlijkheid voor Boom bestendig vóor. (30)

Bij hare afscheiding van het Land van Rumpst, in 1663, behelsde de heerlijkheid van Boom, een heerlijk cijnsboek, een keurboek bevattende de « goederen waervan het verhef bestaet in een jaer vroom ofte revenu van het ceurgoet ofte ceurpandt, tzij groot ofte clijn bij dood van den ceurdrager, » (31) - een heerlijk leenboek, - de « hooghe, middele, en leeghe jurisdictie, (32) » - « het recht van te trecken pontpenninghen over de veralieneerde cheyns- en allodiael goederen; item de hellicht van de veer beneffens den Heere baron van Willebroeck..., ...item het recht van jaeghen, Successie van bastaerden, confiscatien van dooder handt mitsgaeders het recht van te stellen Coster, kerck­ende armmeesters... » (33)


Voetnoten:
(14)


Rijksarchieven. - Leenhof van Brabant. - Leenbrieven. Reg. 386, fol. 255. « Deselven dorpe en heerlyckheyt van Boom met hooghe, middele ende leeghe jurisdictie, appendentien en dependentien van dier, by coope vercregen tegens vrouwe Barbara Isabella Pian, weduwe wijlen Joncker Ludovicus Franciscus Lopes de Gradin, op den 29 Januari 1751.

(15)

Rijksarchieven - Leenhof van Brabant. - Leenbrieven. Reg. 169, fol. 518.
(16) Rijksarchieven - Fonds de Spoelberg. C. 128.
(17) Gemeentearchief van Boom - Reg. 138. Register van cheyns- en allodiaele goederen, etc... fol. 45.
(18) Gemeentearchief van Boom - fol. 48.
(19) Gemeentearchief van Boom - fol. 56.
(20) Gemeentearchief van Boom - fol. 54.
(21) Rijksarchieven - Leenhof van Brabant - Reg. 386, fol. 255. - Reg. 169, fol. 518. -
Denombrementen. Reg. 82-83, fol. 951. - Reg. 97, en no .7192.
(22) Rijksarchieven - Proces nr. 2931 & Gemeentearchief van Boom - Reg. 147, n. 15.
(23) Rijksarchieven - Fonds de Spoelberg, cart. 128.
(24)

Gemeentearchief van Boom - Resolutienboek, fol. 39.
(25) Gemeentearchief van Boom - Resolutienboek, Fol. 51
(26) Gemeentearchief van Boom - Resolutienboek,  Reg. 100, nr. 19
(27) Gemeentearchief van Boom - Resolutienboek,  Reg. 134, fol. 94.
(28) Sel. Proeve van mengelingen, enz. bl. 165.
(29) Gemeentearchief van Boom. - n. 133. Rolle van den heerlycken Laelhove van Immerseele... n. 17 en 18.
(30) Sel. Loc. cit.
(31) Rijksarchieven - Leenhof van Brabant. Leenbrieven. R. 386 fol. 255 -
Acte de transport de la Seigneurie de Boom au pront de Fr. Regaus, (23 février 1752).
(32) Rijksarchieven - Leenhof van Brabant. Procès, n. 2731. :
Verhef van Willem Boschart getrokken uit het leenboek van het land van Grimbergen.
(33)

Ibidem



 
 


Aanverwante pagina's :
Boom - Georges Bosschart - Heer van Boom
Genealogie van Georges Bosschaert, Heer van Boom
Boom - kasteel 's Heerenshof
Boom - de baksteenindustrie

Bouwel - Kasteel Bouwelhof - Heren van Bouwel


Vorselaar - Kasteel de Borrekens

 


Enkele hyperlinks of referenties:
Naslagwerk "Boom in het Verleden; Aanteekeningen uit de geschiedenis van Boom" door Emilius Steenackers; 1993.

Gemeente Boom op www.boom.be
Heemkundige Kring Boom - ten Boome
 

Return to Index of additional webpages
© Rudi Bosschaerts, 2007
Top of pageGo back